Begin - Breien - Borduren - Borduurpakketten - Borduuratelier - Haken - Beren - Diversen - Poppenkleding - Snuffelhoek - Contact - Links

BREIEN

Breien is een leuke en ontspannende bezigheid. Het eindresultaat is altijd een exclusief kledingstuk. Nodig zijn een paar breinaalden die overeenstemmnen met de dikte van de wol. Hoe hoger het nummer, hoe dikker de naalden zijn. Voor heen en weer breien worden naalden met knop gebruikt. Om in de rondte te breien naalden zonder knop gebruiken. Een kabelnaald is een korte naald met een golfje in het midden, deze wordt gebruikt voor het kabelen van steken. Een stekenhouder is een groot soort veiligheidsspeld om steken die moeten rusten op te nemen. Een haaknaald is makkelijk voor het ophalen van een gevallen steek. Een maasnaald heeft een groot oog en een stompe punt, deze is nodig om het breiwerk in elkaar te zetten en de draden af te hechten. De maasnaald wordt ook voor maaswerk gebruikt, dit is patroontjes in dezelfde steek op het breiwerk (meestal tricot) borduren. Belangrijk: was wol altijd in een speciaal wolwasmiddel waar geen enzymen en/of alkali (zoals soda) inzit in de wasmachine op het wolwasprogramma 30 graden. Onderaan staat een patroon voor een trui.
Vul het contactformulier in voor andere steken, patronen of vragen.


Breiwol
Gesponnen wolEigen gesponnen wol
Deze is gesponnen van ruwe schapenvacht. Het mooiste van spinnen is dat de wol naar eigen idee kan worden getwist en getwijnd tot dikke of dunne wol, meerkleurig, regelmatig, onregelmatig of hier en daar een plukje van een ander kleurtje meetwijnen waardoor het tweed wordt.
Scheerwol100% scheerwol
Echte wol is heerlijk warm en is er in veel kleuren. De wolvezel heeft een natuurlijke kroezing en is van nature veerkrachtig.
Tweedwol100% tweedwol
Bij deze wol worden kleine kleine plukjes van andere kleuren meegetwijnd.
Mohair 75% mohair en 25% wol
Bij een hoog percentage mohair ontstaat een mooie zachte laag op het breiwerk. Het beste is om tricot te breien of ajourpatronen. Mohair is afkomstig van de angorageit.
Angora70% angora en 30% lamswol
Deze wol is heel zacht en donzig. Het wordt vaak voor kleine patroontjes gebruikt maar ook voor korte vestjes of truitjes. Angorawol is er in bolletjes van 20 gram. Deze wol is alleen geschikt voor de handwas. Angora komt van het angorakonijn.
Alpaca65% wol en 35% alpaca
Alpaca komt van de lama en is zacht en licht.
Polyester65% wol en 35% polyester
Polyester is synthetisch. Dit garen geeft sterkte aan de draad. De wollen draad wordt af en toe extra toegevoerd waardoor er verdikkingen optreden.
Noorse wolNoorse wol = 60% wol, 20% acryl en 20% nylon
Acryl en nylon (polyamide) zijn synthetisch. Door deze menging ontstaan verbeterde eigenschappen, zoals beter wasbaar.
SportwolSportwol = 51% wol en 49% acryl
Deze wol is zeer geschikt voor Ierse (kabels) en jacquardpatronen. Het is een mooi rond garen.
Draadjesgaren100% acryl
Door de draadjes welke dicht naast elkaar staan ontstaat met breien een bonteffect.
BabywolBabywol = 98% acryl en 2% nylon
Dit is heel zacht garen en gemakkelijk te wassen. Nylon maakt de draad sterker.
Acryl80% acryl en 20% nylon
Dit garen is geruwd waardoor het luchtiger wordt en een zachtere uitstraling heeft.
Boucle;Bouclé = 73% acryl, 15% wol en 12% polyester
De snelst aangevoerde draad vormt lusjes om de langzamer aangevoerde draad. Geeft met breien een mooi effect.
Viscose96% viscose en 4% polyester
Viscose bestaat uit plantaardig kunstmatige vezels. Met de zwarte draad is een dunne zilveren draad meegetwijnd.
GouddraadGouddraad = 67% viscose en 33% polyester
Dit garen met een andere draad samen breien maar vooral geschikt om patronen te mazen op breiwerk (sterren, zijn mooi voor de kerst).
Viscose60% viscose, 30% acryl en 10% polyester
De zwarte draad is strak getwist en sneller aangevoerd dan de witte draad waardoor er sprietjes ontstaan.
Katoen100% katoen
Katoen is een plantaardige vezel. Katoen voelt in het dragen koel aan. Door katoen te merceriseren ontstaat een wasechte glans (glansgaren, DMC).
Katoen95% katoen en 5% polyester
De roze draad is strakt getwist en de witte draad onregelmatig en daarna getwijnd. Dit garen geeft een mooi effect en ziet er zomers uit.
Linnen90% katoen en 10% linnen
Linnen wordt gemaakt van de vlasplant en is een plantaardige vezel. Linnen voelt nog koeler aan dan katoen. De katoenen draad is onregelmatig getwist waardoor er grovere gedeeltes ontstaan.
Katoen55% katoen en 45% acryl
Door de acryl voelt de draad soepeler aan en is wat voller.
Wolvezels
Wolvezels
Katoenvezels
Katoenvezels
Vlasvezels
Vlasvezels - linnen
Synthetischevezels
Synthetische vezels - polyester
Breisteken
OpzettenOpzetten van steken
Bereken de draadlengte (25 steken = 1 naaldlengte draad) + nog een extra stukje draad. Maak daar een lusje en zet deze op een naald in de rechterhand. Spreid met duim en wijsvinger van de linkerhand de draad en tussen de andere vingers draad vasthouden. Duim achter de naald houden en naald in onderste draad van onder naar boven insteken (draad nog om duim houden), de draad om de wijsvinger van achter naar voren insteken en deze door de lus van de duim halen, draad niet te stak aantrekken. Zo alle opzetsteken maken.
RibbelsRecht breien (ribbels)
De naald met steken in de linkerhand en in de rechterhand een lege naald houden. Rechter naald links door 1e steek steken, draad om de rechternaald van achter naar voren slaan en doorhalen en de steek van de linkernaald laten afglijden. Alle steken zo breien. Breiwerk omdraaien en weer rechte steken breien, zo ontstaan ribbels. Voor en achterkant zijn gelijk.
RiviersteekRiviersteek
1e 2e en 3e naald - recht breien. 4e naald - 1 r., de draad 2 maal om de naald slaan (draad naar voren halen, naar achteren over de naald en nog een keer de draad naar voren en naar achteren slaan). De hele naald zo breien.
5e naald - 1 r., de 2 lussen laten vallen. Deze 5 naalden herhalen.
TricotTricot breien
1 naald recht breien= goede kant (V-tjes). 1 naald averecht breien = verkeerde kant (ribbels). Averecht breien, Rechter naald rechts door 1e steek steken, draad van achter naar voren om de rechternaald slaan en doorhalen, steek van linkernaald laten afglijden. (Na een opzetrand altijd met een naald averecht beginnen).
BoordsteekBoordsteek 1r. - 1 av.
Deze steek is geschikt voor boorden aan truien. Na een rechte steek de draad naar voren halen en na een averechte steek de draad naar achteren slaan. Zo kan er ook 2 st. recht en 2 st averecht gebreid worden of andere variaties.
GerstekorrelGerstekorrel
1e naald - 1 st. recht, 1 st. averecht. Dit de hele naald herhalen. 2e naald - Boven een rechte steek (V) een averechte steek breien en boven een averechte steek (ribbel) een rechte steek breien. Zo verspringen de steken. Deze 2 naalden herhalen. Dubbele gerstekorrel: 1e naald - 1 recht, 1 averecht. 2e naald - De steken breien zoals ze zich voordoen (dus boven een rechte steek (V) een rechte steek breien en boven een averechte (ribbel) een averechte steek breien.
3e naald - De steken verspringen, 4e naald - Zoals de steken zich voordoen. Deze 4 naalden steeds herhalen.
VlechtenVlechten
Tussen * is herhalen. 1e naald (goede kant) - Recht breien. 2e naald - Averecht breien. 3e naald - *4 averecht,
2 recht*. 4e, 5e en 6e naald zoals de steken zich voordoen breien. 7e en 8e naald - Hetzelfde als de 1e en 2e naald.
9e naald - 1 averecht, *2 recht, 4 averecht*. 10e, 11e en 12e naald zoals de steken zich voordoen breien.
Deze 12 naalden herhalen.
JacquardJacquard
Dit is 2 of meerkleurig tricot breiwerk. Zowel bij de rechte als de averechte naald de gebreide draad naar beneden leggen en met de andere kleur verder breien (de draden zijn om elkaar geslagen). Dit altijd aan de achterkant van het breiwerk doen. De draden vormen lussen aan de achterkant en ziet er gemeleerd uit. Let altijd goed op bij het wisselen van de kleuren en trek de draden niet te strak aan.
IntarsiaIntarsia
Voor een los patroon of patroontjes welke ver uit elkaar staan een apart bolletje wol nemen. Als de volgende kleur eerder begint dan van de vorige naald, de gebreide draad naar beneden leggen en de draad van de andere kleur naar rechts om de andere draad slaan. Niet te strak aantrekken. De voor en achterkant worden hetzelfde van kleur
(het patroon is ook op de achterkant te zien).
Ajour krokusAjour - krokus
Een omslag = de draad naar voren halen en over de naald naar achteren leggen. Een overhaling = 1 steek recht afhalen, de volgende steek recht breien en de afgehaalde steek over de gebreide steek heen halen. Als de ajour openingen naar links vallen dan 1 omslag en een enkelvoudige overhaling maken en als de ajour openingen naar rechts vallen dan
2 steken recht samenbreien en 1 omslag. Een dubbele overhaling = 1 steek recht afhalen, de volgende 2 steken recht samenbreien en de afgehaalde steek over de gebreide steek heenhalen. 1e naald - (goede kant) 3 recht, 1 omslag,
1 enkelvoudige overhaling, 6 recht. 2e en alle even naalden alle steken en omslagen averecht breien. 3e naald - 4 r.,
1 omslag, 1 enkelv.overh., 5 r. 5e naald - 5 r., 1 omsl., 1 enkelv. overh., 4 recht. 7e en 11e naald - 3 r., 2 st. recht samenbreien, 1 omslag, 1 st. r., 1 omslag, 1 overh., 3 r. 9e en 13e naald - 2 r., 2 st. recht samenbreien, 1 omsl.,
3 r., 1 omsl., 1 overh., 2 r. 15e naald - 4 r., 1 omsl., 1 dubb. overhaling, 1 omsl., 4 r. Deze 16 naalden herhalen.
Deze patroontjes kunnen over de hele breedte en boven elkaar verspringend worden toegepast.
AjourAjour - gaatjes in V-vorm
1e naald - (goede kant)1 omsl., 3 r., 1 dubb. overh., 3 r., 1 omsl., 1 r. 2e en alle even naalden alle steken en omslagen averecht breien. 3e naald - 1 r., 1 omsl., 2 r., 1 dubb. overh., 2 r., 1 omsl., 2 r. 5e naald - 2 r., 1 omsl., 1 r., 1 dubb. overh., 1 r., 1 omsl., 3 r. 7e naald - 3r., 1 omsl., 1 dubb. overh., 1 omsl., 4 r. Deze 8 naalden herhalen. Door de dubbele overhaling gaan de steken schuin lopen.
Ajour blaadjesDubbele ajour blaadjes
1e naald - (averechte kant) 11 av., 2 r., 11 av. 2e - 7 r., 3 r. samenbr., 1 omsl., 1 r., 1 omsl., 2 av., 1 omsl., 1 r.,
1 omsl., 1 dubb. overh., 7 r. 3e en alle oneven naalden - 11 av., 2 r., 11 av. 4e naald - 5 r., 3 r. samenbr., 1 r., 1 omsl., 1 r., 1 omsl., 1 r., 2 av., 1 r., 1 omsl., 1 r., 1 omsl., 1 r., 1 dubb.overh., 5 r. 6e naald - 3 r. 3 r. samenbr., 2 r., 1 omsl., 1 r., 1 omsl., 2 r., 2 av., 2 r., 1 omsl., 1 r., 1 omsl., 2 r., 1 dubb. overh., 3 r. 8e naald - 1 r., 3 r. samenbr., 3 r.,
1 omsl., 1 r.,1 omsl., 3 r., 2 av., 3 r., 1 omsl., 1 r., 1 omsl., 3 r., 1 dubb.overh., 1 r. Deze 8 naalden herhalen.
KoordkabelKoordkabel
Gebruik bij kabelsteken een kabelnaald. Kabels zijn altijd tricotsteek met een paar averechte steken aan weerskanten. Patroon = 6 + 2 x 3 av. st. = 12 st. 1e naald (goede kant) - 3 av., 6 r., 3 av. 2e t/m 4e naald - Breien zoals de steken zich voordoen. 5e naald - 3 av., 3 st. op de kabelnaald zetten en achter het werk houden, 3 r, de 3 st. van de kabelnaald overzetten op de linkernaald en recht breien, 3 av. Herhalen vanaf de 2e naald.
Gevlochten kabelGevlochten kabel
Patroon = 9 st (geen av. st. berekend). 1e naald (goede kant) - 9 r. 2e naald - 9 averecht. 3e naald - 3 st. op kabelnaald zetten en voor het werk houden, 3 r., de steken van de kabelnaald overzetten op de linkernaald en recht breien, 3 r. 4e - 9 averecht. 5e - 9 recht. 6e naald - 9 averecht. 7e 3 r., 3 st. op kabelnaald zetten en achter het werk houden, 3 r., de st. van de kabelnaald recht breien. 8e naald - averecht. Deze 8 naalden herhalen.
4-voudige vlecht4-voudige vlecht
Patroon = 25 st. 1e naald (goede kant) - 3 r., 4 av., 6 r., 4 av., 6 r., 2 av. 2e en alle even naalden - Breien zoals de steken zich voordoen. 3e naald - 3 r., 4 av., *3 st. op kabelnaald zetten en voor het werk houden, 3 r., de st. van de kabelnaald recht breien*, 4 av., tussen de * herhalen, 2 av. 5e naald - *3 st. op kabelnaald zetten en voor het werk houden, 2 av., de st. op de kabelnaald recht breien, 2 st. av. op kabelnaald zetten en achter het werk houden, 3 r., de st. van de kabelnaald averecht breien*, tussen de * herhalen, 3 st. op kabelnaald zetten en voor het werk houden,
2 av., de st. van de kabelnaald recht breien. 7e naald - 2 av., *3 st. op kabelnaald zetten en achter het werk houden,
3 r., de steken van de kabelnaald recht breien, 4 av.*, tussen de * herhalen, 3 r. 9e naald - *2 st. av. op kabelnaad zetten en achter het werk houden, 3 r., de st. van de kabelnaald averecht breien, 3 st. op kabelnaald zetten en voor het werk houden, 2 av., de steken van de kabelnaald recht breien*, tussen de * herhalen, 2 st. av. op kabelnaald zetten en achter het werk houden, 3 r., de st. van de kabelnaald averecht breien. Deze 10 naalden herhalen.
Trui breien
Trui
Berekenen Dit patroon is maat 40. Kijk op de wikkel van de wol welke naalden nodig zijn en brei een proeflapje in de steek waarin de trui gebreid gaat worden van ongeveer 7 cm. breedte en hoogte. Afkanten: 2 st. breien zoals de steken zich voordoen, de eerste steek over de tweede steek heenhalen, 1 st. breien en de vorige steek overhalen. Het lapje vlak neerleggen (niet uitrekken) en meten hoeveel steken en naalden er op 5 cm zijn. Deze uitkomsten maal twee doen en dat is dan het aantal steken en naalden per 10 cm. Het aantal steken en naalden per 10 cm. in dit voorbeeld = 22 st. breed en 30 nld. hoog.
Rugpand
Voor deze maat opzetten 5,05 x 22 st. = 111 st. + 2 kantsteken = 113 st. Om aan beide kanten hetzelfde uit te komen een oneven aantal steken opzetten. Een kantsteek is altijd de eerste en laatste steek op de goede kant recht en op de achterkant eerste en laatste steek averecht breien. Let hier goed op want een goede kantsteek geeft gemak bij het in elkaar zetten van de trui. 4 cm. in boordsteek 1 r., 1 a. breien (de breinaalden een half nummer lager nemen). Tot armsgat (totale lengte 34 cm.) in patroonsteek breien. Voor de armsgaten aan beide kanten 1 x 3 st. en elke 2e nld. 3 x 2 st., 2 x 1 st. afkanten. Over 91 st. = 40 cm. Breien tot 56 cm. totale lengte. Voor de schouders aan beide kanten in 3 maal elke 2e naald (aan armsgatkant beginnen) 1 x 9 st. en 2 x 10 st. = 29 st. op een hulpnaald zetten. Voor een mooie overgang tussen de naalden 1 st. minder op de hulpnaald zetten (11 st.)en in de volgende naald deze steek afhalen. Tegelijk met de schouders de hals vormen. De middelste 17 st. op een hulpnaald zetten, aan beide kanten elke 2e nld. 6 st. en in de laatste naald 2 st. op de hulpnaald zetten. Als de voorkeur naar een aansluitende hals uitgaat dan de steken van de hals (33 st.)na de laatste mindering van de schouders in 1 keer op een hulpnaald zetten.
Voorpand
Als het rugpand breien tot 52 cm. totale lengte. Voor de hals de middelste 7 st. op een hulpnaald zetten, aan beide kanten elke 2e nld. 2 x 3 st., 1 x 2 st.,
5 x 1 st. op de hulpnaald zetten. Vergeet niet bij 56 cm. totale lengte de schouders (zie rugpand) op een hulpnaald te zetten.
Mouw
Zet 41 st. op en brei 4 cm. boordsteek. Tot de mouwkop in patroonsteek breien. Hierbij aan beide kanten 24 x elke 6e nld. 1 st. meerderen. Meerderen:
1 kantsteek, 1 st. opzetten, naald uitbreien op 1 st. na, 1 st. opzetten, 1 kantsteek. Zorg er voor dat de nieuw opgezette steken in patroonsteek gebreid worden. Brei zonder meerderingen tot 42 cm. totale lengte. Nu zijn er 79 st. = 35 cm. Voor de mouwkop 1 x 3 st. en elke 2e nld. 3 x 2 st., 19 x 1 st. afkanten. Dan nog voor een goede ronding elke 2e nld. 1 x 3 st. en 1 x 4 st. afkanten. De overgebleven 9 st. in een keer afkanten. De andere mouw ook zo breien. Zorg bij aanhechtingen van de wol altijd dat ze aan het begin van een naald vallen.
Afwerking
De voor- en achterkant met de goede kant tegen elkaar leggen en de schouders samen afkanten, aan armsgatkant beginnen (de naalden met de steken van de schouder tegen elkaar houden en de andere naald door de steek van voor- en achterpand steken en breien, de volgende steek ook zo breien en de vorige steek over de net gebreide heen halen). De laatste lus op de naald van de hals zetten. Het boordje van de hals wordt op 4 nld. zonder knop gebreid. De steken over 3 nld. verdelen, als er veel ruimte tussen 2 st. is dan een steek van de hals opnemen. Zorg dat er een even aantal steken is. Brei 2 á 3 cm. 1 r., 1 av. en kant de steken af of brei door tot 4 á 6 cm., afkanten en het boordje naar binnen omslaan en soepel in de rondte op de eerste rij steken vastzetten. Zij- en mouwnaden dicht maken met de onzichtbare naad. Leg de panden met de goede kant naar boven naast elkaar, steek naast de kantsteek een draad naar de goede kant en steek terug op het andere pand en neem twee draden op, terugsteken naar het andere pand in dezelfde steek waar de draad naar boven kwam. Na een paar steken de draad een beetje aantrekken zodat de steken mooi doorlopen. De mouwen worden met de stiksteek in de armsgaten gezet (de tussendraden na de kansteek opnemen). Het midden van de mouw op de schoudernaad laten vallen en zorgen dat bij allebei de mouwen de steken op gelijke hoogte van de panden vallen. Tot slot nog de draden afhechten, doe dit zeer zorgvuldig zodat het aan de goede kant niet te zien is. Gebruik hiervoor de kantsteek aan de binnenkant van de trui.