 | Gaas Deze stof moet helemaal opgevuld worden met halve of hele kruissteekjes. Gebruik hiervoor borduurwol (100% wol) of borduurzijde. Er bestaan ook voorbedrukte stramiens van gaas, bijvoorbeeld van beroemde schilderijen. |
 | Aïda stof Is moeilijk te borduren doordat er meerdere draden horizontaal en verticaal dicht naast elkaar geweven zijn. De kruissteekjes zijn op deze stof klein. Gebruik een dunne naald! |
 | 100 % linnen Dit is heel mooie handwerkstof en fijn te borduren. Deze stof hoeft niet over het hele oppervlak opgevuld te worden en is o.a. geschikt voor kussens. |
 | Katoenen handwerkstof Is een stevige stof door de grove draden. Deze stof is geschikt voor tafelkleden of tafellopers. |
 | Fijn geweven katoenen handwerkstof (Permin) Deze stof is mooi regelmatig en fijn te borduren en is verkrijgbaar in verschillende fijnheden. Bijvoorbeeld 10, 12 of 14 daadjes per cm. Hoe meer draadjes per cm. hoe kleiner de kruissteekjes en dus het te borduren patroon worden. Heel geschikt voor het borduren van schilderijen. Borduurpatronen komen er op deze stof heel goed uit te zien. |
 | Kaaslinnen Deze stof is er in verschillende fijnheden van heel fijn tot behoorlijk grof. De draden zijn onregelmatig. De stof heeft een mooie structuur wat vooral opvalt bij de niet geborduurde gedeeltes. De kruissteekjes worden ook iets onregelmatiger. Deze stof is verstevigd. |
 | Handwerkstof met grotere tussenruimten Deze stof is heel regelmatig van draad en fijn te borduren door de ruimte tussen de geweven draden. |
 | Stiksteek Deze steek komt vaak voor bij telpatronen om het geborduurde te accentueren. Van rechts naar links werken. Draad naar boven halen, naald 2 weefdraadjes terug insteken, *naald 2 weefdraadjes voor naar boven halen en terug insteken waar de vorige steek is geeindigd*. |
 | Steelsteek De steelsteek is erg geschikt voor omtrekken van figuren (planten of dieren) te borduren. Hierbij van rechts naar links werken. Draad naar boven halen, naald 4 weefdraadjes naar rechts insteken, *naald 2 weefdraadjes (vanaf de vorige steek) naar links draad doorhalen en 4 weefdraadjes naar rechts insteken (onder het midden van de vorige steek)*. |
 | Festonsteek Voor een mooie volle rand eerst een draad rijgen en daar overheen festonneren. Deze steek is erg geschikt voor figuren van stof of vilt. Van boven naar beneden werken. Draad naar boven halen en *de draad in een lusje naar links leggen (met de duim vasthouden). De naald 0,5 - 0,8 c.m. naar rechts insteken en links de draad door stof en lusje halen*. Zorgen dat het lusje mooi plat valt. Deze steek dicht naast elkaar maken en zorgen dat de steken gelijkmatig zijn. |
 | Kastjessteek Van boven naar beneden borduren. Draad naar boven halen, *naald 4 weefdraden naar rechts insteken en 4 weefdraden naar onderen en naar links de draad doorhalen, naald 4 weefdraden recht naar boven insteken en rechtsonder draad naar boven halen, naald recht naar boven insteken en linksonder draad naar boven halen*. |
 | Algerijnse oogjessteek Steeds over hetzelfde aantal weefdraden werken. De naald in het midden naar boven halen, *4 steken in de hoeken en tussen deze schuine steken 1 rechte steek borduren*. De draad steeds goed in het midden naar boven halen zodat er op deze plaats een opening ontstaat. |
 | Kettingsteek Van rechts naar links borduren. Draad naar boven halen, *3 of 4 draadjes naar links insteken, de draad vanaf boven om de naald in een lus om leggen (met de duim vasthouden) en de draad doorhalen. De naald insteken in de opening van de vorige steek*. |
 | Varensteek Deze steek wordt gebruikt voor varens, twijgen of takjes. Van boven naar beneden werken. Elk deel bestaat uit 3 evenlange steken. Draad naar boven halen en *de naald schuin naar rechts (3 weefdraden naar rechts en 2 naar boven) insteken, 1 weefdraad hoger en 3 naar links draad naar boven halen voor de middelste steek en weer insteken in het begin van de 1e steek, draad schuin naar links (evenwijdig aan de rechter schuine steek) doorhalen en weer insteken in het begin van de 1e steek*. |
 | Korenaren Van boven naar beneden werken. Draad naar boven halen en de naald schuin naar rechts (3 weefdraden naar rechts en 3 naar beneden) insteken, *3 weefdraden naar rechts en 3 naar boven draad naar boven halen en insteken waar de eerste steek is geeindigd, 3 weefdraden naar beneden draad naar boven halen en de draad door de einden van de 2 schuine steken halen en weer terugsteken naar het punt waar de draad uit de stof komt. Dit is dan een lusje geworden, 3 weefdraadjes naar links en 3 naar boven, draad doorhalen en schuin insteken (waar het lusje is geeindigd)*. |
 | Ingrijpsteek Deze steek is geschikt om vlakken te vullen, bijvoorbeeld bloemen en blaadjes maar ook andere figuren. Van boven naar onder borduren. Draad naar boven halen, naald 3 weefdraden naar boven insteken, 1 weefdraad naar links en 6 weefdraden naar onderen draad doorhalen en insteken naast de vorige steek. Onder deze rij steken steeds over 6 weefdraden borduren en telkens aansluiten op de vorige rij steken. Zover als nodig is borduren. |
 | Franse knoopjessteek Draad naar boven halen en de draad naar links leggen en een klein lusje in de draad maken door de naald onder de linkse draad door te steken (lusje met de duim vasthouden). Naald door het lusje en de stof (vlak naast de begindraad) insteken. Er voor zorgen dat het knoopje vlak op de stof blijft. |
 | Platsteek Van links naar rechts borduren. Steeds 5 platsteken borduren over 4 weefdraden. Draad naar boven halen daar waar een weefdraad wordt uitgetrokken, *naald 4 weefdraden recht naar boven insteken en 1 weefdraad naar rechts (waar de draad naar boven doorgehaald is) draad doorhalen*. Bij de 5e steek recht naar beneden doorhalen en 4 weefdraden naar rechts verder met de platsteek borduren. Op deze manier een vierkantje maken.
Draden goed aan en afhechten en daarna de stof binnen in de vierkantjes met een scherp klein schaartje voorzichtig wegknippen. |
 | Platsteek variatie Als het vorige patroon borduren maar nu de vierkantjes in een schuine lijn borduren, hierbij aan het einde en het begin een extra steek maken. Bij de 2 buitenste vierkantjes in de hoeken de weefdraden voorzichtig losknippen en verwijderen (dus totaal 4 weefdraden en verwijderen gaat het beste met een pincet). |
 | Platsteek driehoekjes De platsteek kan ook in driehoekjes geborduurd worden. Eerst over 1 weefdraad, dan 2, 3, 4, 3, 2, 1. Dus totaal 7 steken. Voor het middelste patroon 4 driehoekjes borduren en in de hoeken 2 weefdraden voorzichtig weggeknippen (totaal 8 weefdraden) en verwijderen. Bij het rechtse patroon vallen de driehoekjes naar elkaar toe. |
 | Omwikkelde spijltjes De weefdraden die overblijven kunnen worden bewerkt. Eerst de platsteken aan de buitenkant van het vierkant borduren (8 groepjes van 5 steken). De weefdraden alleen langs de platsteken doorknippen en verwijderen, er blijven in het middenvak 4 weefdraden in de hoogte en breedte over. De spijltjes omwikkelen, let er op dat elk spijltje hetzelfde aantal omwikkelingen heeft. Bij het rechter patroon zijn de weefdraden gedeeld (2 + 2 weefdraden) en worden de spijltjes apart omwikkeld (8 spijltjes). De spijltjes worden dan nog fijner. |
 | Doorgestopte spijltjes (point de reprise) en picootjes Voor een doorgestopt spijltje *onder 2 weefdraden doorsteken en draad naar boven halen en de andere 2 weefdraden overslaan* (dus de ene keer links en de andere keer rechts een steek). Bij het rechter patroon het spijltje een paar maal doorstoppen en voor het picootje een klein lusje aan de rand laten staan en de draad door het lusje halen (draad niet te strak aantrekken). Nog een keer onder dezelfde weefdraden doorsteken en aan de andere kant ook een picot maken. De rest van het spijltje doorstoppen. |
 | Festonsteek en doorgestopte bloem Eerst met platsteken 4 groepjes van 5 steken borduren en weefdraden in het vierkantje doorknippen en verwijderen. Draad door de middelste platsteek van het linker groepje halen (aan de linkerkant van deze platsteek) en van rechts naar links van het bovenste groepje door de middelste steek de borduurdraad doorhalen, dan het rechtergroepje en het onderste groepje, dan de naald in het linkergroepje aan de rechterkant van de platsteken insteken (steeds van rechts naar links insteken). Er zijn nu 4 lusjes ontstaan. Voor het rechterpatroon zorgen dat er 4 spijltjes van 4 weefdraden zijn. Deze worden doorgestopt als volgt: de middelste 2 weefdraden opnemen en terug 1 weefdraad aan beide kanten opnemen. Aan het begin de steken een beetje strak aantrekken, in het midden losser en aan het einde van het bloemdblad weer strakker aantrekken. |
 | Cordonrand als zoomafwerking Bij een kleed staat een rand met deze boogjes erg mooi. Voor de festonsteek van links naar rechts werken. Draad naar boven halen op de plaats waar de weefdraden later afgekipt worden, *4 weefdraden recht naar boven de naald insteken en onder 1 weefdraad naar rechts doorhalen (de borduurdraad ligt onder de naald). De draad naar onderen aantrekken*. Als de rand af is, voorzichtig langs de cordonrand de weefdraden wegknippen. |
 | Open zoomsteek Maak in het kleed een zoom en trek hierlangs 6 weefdraden uit de stof. Aan de achterkant van de stof en van links naar rechts werken. Draad 2 weefdraden vanaf de open rand naar boven halen, *3 weefdraden van rechts naar links opnemen en de draad doorhalen, neem 2 weefdraden van de zoom op aan de rechterkant van de opgenomen 3 weefdraden en recht naar boven draad doorhalen*. |